Jouw persoonlijkheidsprofiel | NLP Box

Je persoonlijkheidsprofiel

Mensen die lekker in hun vel zitten, zijn flexibeler en kunnen makkelijker meebewegen met veranderingen. Daardoor hebben ze minder stress en kunnen ze meer aan. Ieder mens is daarin weer uniek. We weten allemaal dat mensen met geldproblemen een daling van de IQ hebben. Ze komen in een neerwaartse spiraal waardoor de niet lekker meer in hun vel zitten. Daardoor bewegen ze dus ook niet meer mee in een verandering. Hoe meer problemen er zijn, hoe minder beweging er is.
En daar kom je bij de kern. Veel budgetcoaches, schuldhulpverleners en bewindvoerders lopen tegen het probleem aan dat ze hun cliënten niet in beweging kunnen krijgen. Ze lopen vast met sommige trajecten. Door de coaching te richten op persoonlijke effectiviteit kan er weer richting gegeven worden in hun leven.

Hiermee rekening houdend heb ik een aantal testen met elkaar gebundeld waardoor er een persoonlijkheidsprofiel ontstaat. Je gaat aan de slag met je identiteit, wat je denkstijlen zijn, wat je gedragsstijlen zijn en je drijfveren. Door dit alles in kaart te brengen kom je veel over jezelf te weten. Door dit in kaart te brengen geeft dit inzicht in je eigen gedrag, het gedrag van een ander en de impact hiervan.

Leer je jezelf kennen, leer je ook de ander kennen!

Waarmee ga je aan de slag?

Identiteit

Iedereen wordt geboren met een identiteit, wat je uniek maakt. Vanaf je geboorte wordt de basis gelegd voor wie je bent. Vanaf dat moment begint je reis naar wie je op dit moment bent. Onderweg wordt je gevormd door je ouders, de mensen die je tegenkomt en de dingen die je meemaakt. Je persoonlijkheid wordt gevormd.

Denkstijlen

Een denkstijl ontstaat al bij de geboorte. Onze ouders, familie en vrienden, leerkrachten hebben hierop een grote invloed. Een kind leert vanaf de geboorte snel van een ander door te modelleren. Modelleren betekent dat het succes van een persoon tot in detail wordt bestudeerd, net zo lang tot je het zelf kan. Kinderen zijn nieuwsgierig naar alles wat een ander kan of heeft. Maar ook wat een ander níet heeft of níet kan. Dit is een doorlopend proces. Op het moment dat we met onze reis beginnen doen we ervaringen op. Een onderzoek van George Miller in 1956 heeft uitgewezen dat er per seconde miljoenen prikkels, stukjes informatie, iedere seconden via onze 5 zintuigen onze hersenen binnenkomen die we moeten verwerken. Als onze hersenen al deze prikkels zouden moeten verwerken zouden we gek worden. Gelukkig wordt deze informatie gefilterd zonder dat je je daarvan bewust bent. Deze verschillende filters zijn al aanwezig zijn op het moment dat je geboren wordt. Door de ervaringen die we krijgen vanaf dat we kind zijn ontwikkelen we bepaalde talenten, waar we goed in zijn.

Denkstijlen worden binnen NLP ook wel metaprogamma’s genoemd. Metaprogamma’s geven informatie over hoe we onze aandacht richten, hoe we met de wereld omgaan, hoe we waarnemen en hoe we informatie filteren. Ze zijn een onderdeel van de filters in onze hersenen en is een onbewust proces. Ze zijn kenmerkende patronen in ons denken, voelen en doen in een bepaalde situatie. Afhankelijk van iemands voorkeuren krijgt de informatie die je binnen krijgt zijn eigen vorm en kleur die aangeeft hoe zijn of haar wereldbeeld eruitziet. Zo heeft iedereen heeft een eigen uniek wereldbeeld, hoe ze kijken naar de wereld. Metaprogramma’s beïnvloeden hoe de ervaringen verwerkt, gesorteerd en benadrukt worden.

Door meer inzicht te krijgen in je eigen denkstijl en te leren flexibeler te worden binnen de denkstijlen kun je tussen de denkstijlen ook makkelijker schakelen. Dat zorgt ervoor dat je sneller een connectie kan maken met andere mensen.

Door deze denkstijlen ontwikkelen mensen ook bepaalde strategieën. Het aanleren van denkstijlen is een continu proces.

Wat kun je met metaprogramma’s

De kennis van metaprogramma’s geeft je inzicht en sturingsmogelijkheden bij mensen met de communicatie waardoor je tijdens coaching veel gebruik maken van de metaprogamma’s. Inzicht in de metaprogramma’s van een cliënt kan helpen waarom ze denken zoals ze denken. Het kan veel vertellen over de keuzes die de cliënt maakt in een desbetreffende situatie. Het verklaart ook hoe ze informatie interpreteren. Hierdoor kun je problemen en doelen van je cliënt beter in kaart brengen.
Je kunt je taalgebruik afstemmen op het metaprogramma van de ander waardoor op onbewust niveau snel connectie maakt met de ander.
Je kunt jezelf en de ander leren begrijpen

Er zijn ongeveer 20 verschillende metaprogramma’s waarvan er 6 waardevol kunnen zijn

Proactief/ Reactief
Een proactief persoon neemt sneller de leiding en denkt aan doen. Dit leidt tot initiatief nemen. Hierdoor ben je in staat om taken te verrichten die direct handelen vereisen.
Een reactief persoon denkt langer na, je wacht eerst de situatie af en leidt tot denken en analyseren. Ze willen de situatie/ het proces volledig begrijpen voordat ze aan de gang gaan.


Naar toe/ weg van
Een persoon die naar toe is gaat naar een doel toe (bereiken van een gewenste situatie/doel). Iemand is gemotiveerd om te hebben, te krijgen, te realiseren

Een persoon die weg van is gaat van een probleem af (vermijden van een ongewenste situatie/doel). Ze vertellen je wat ze vooral niet willen


Opties/ Procedures
Een persoon die zich richt op opties zien overal kansen en mogelijkheden. Ze hebben sterk de neiging om dingen steeds anders te doen wat maakt dat ze vaak moeite hebben met het afmaken van dingen.
Proceduregerichte mensen houden zich aan de regels en procedures. Ze zijn erop gericht hoe ze de dingen doen en houden hierbij de juiste volgorde aan. Proceduregerichte houden zich netjes aan de regels.


Intern/ Extern
Intern gerichte mensen vertrouwen op zichzelf bij het nemen van een beslissing. Ze hebben de mening van een ander niet nodig.
Extern gerichte mensen hebben feedback nodig van anderen om gemotiveerd te worden. Ze wegen beslissingen af op basis van de mening van anderen


Globaal/ specifiek
Mensen met de voorkeur voor globaal kijken naar het grote geheel. Ze denken en praten in hogere abstracties en generalisaties. Ze werken het prettigs als ze in grote lijnen kunnen werken en laten de details aan anderen over.
Specifieke mensen letten op de kleine dingen. Ze veel willen weten van een specifiek onderwerp. Ze onderscheiden zowel de hoofd als de bijzaken.

Voldoet wel/voldoet niet
Het essentiële verschil is gelegen in de vraag die wordt gesteld:
‘Hoe wordt wel/ niet voldaan aan de criteria?

Wel = zien wat er wel is, merkt op wat er is en hoe het past
Niet = waarnemen gevoed door de vraag hoe nog niet aan de criteria is voldaan, geen directe aansluiting, vinden dat het nooit deugd

Ieder metaprogramma creëert zijn eigen obstakels en oplossingen. Verschillen tussen metaprogramma’s verklaren vele misverstanden in communicatie en samenwerkingen. Voorkeuren voor metaprogramma’s kun je herkennen aan het gedrag van iemand of aan de manier van praten.

Drijfveren

Drijfveren zijn denkvoorkeuren. Ze zeggen iets over je motivatie, houding, voorkeur en waarden. Waarvoor mensen in beweging komen.  Waarom doen mensen zoals ze doen? Wat beweegt ze? Wat motiveert ze? Als we dat weten dat hebben we een sleutel naar succes. Als je dat weet van je cliënt dan levert dat sneller resultaat op, trek je niet aan een dood paard omdat ze niet in beweging willen komen.
Maar hoe kom je nu achter deze drijfveren?

Waardes zeggen iets over wat iemand belangrijk vindt in zijn leven. De waardes van iemand zeggen iets over waar de persoon heen beweegt of ergens vandaan beweegt. Dus waar iemand energie van krijgt en wat juist energie kost. Waardes kunnen verschillen per context. Ze motiveren je om iets te doen of juist iets niet te doen. En dat is nou net hetgeen we willen weten op het moment dat we iemand aan het coachen zijn.
Waardes zijn gekoppeld aan gedrag door overtuigingen.

Overtuigingen bepalen hoe we onze wereld waarnemen en bepalen wat we als waarheid beschouwen. Dit is grotendeels op onbewust niveau.  Net als waardes geven ze ons richting en houvast. Overtuigingen zijn de aan/uit knop voor al ons gedrag en onze resultaten.
Regelmatig zeg ik als je geloofd dat je het kan dan kan je het. Als je gelooft dat je iets niet kan dan kan je het ook niet.

 

Gedragsstijlen

Het gedrag wat iemand vertoond is iets wat je ziet. Het zegt niets over wie de persoon vanbinnen is. Het zegt niets over de normen en waardes. Je ziet als het ware alleen het stukje wat boven water zit. Gedrag is wat iemand doet, niet wat iemand is. De gedragsstijlen kan verschillen per situatie.

In 1928 schreef de Amerikaanse psycholoog Dr. William Moulton Marston (1893-1947) zijn boek Emotions of Normal People.
Hierin beschreef hij de gedragingen en drijfveren van normale mensen, waarmee hij uiteindelijk een trendsetter bleek te zijn. Zo ontwikkelde hij het DISC-model. Marston observeerde mensen en maakte onderscheid tussen actief en passief gedrag.

Menselijk gedrag kan actief of passief zijn, afhankelijk van hoe wij onze omgeving ervaren: als vijandig of als goedgezind. Dit leidde tot een beschrijving van vier fundamentele temperamenten (DISC).

DISC is een instrument dat persoonlijkheden en karaktereigenschappen van mensen in kaart brengt. Het is een snelle methode die het makkelijk maakt menselijk gedrag te begrijpen, welk gedrag daarbij past en hoe je daar mee overweg kunt gaan. DISC geeft je dus inzicht in waarom we doen wat we doen.

Uit onderzoek is gebleken dat gedragskenmerken kunnen worden verdeeld in vier groepen persoonlijkheidsstijlen.
Mensen met vergelijkbare stijlen vertonen specifieke gedragskenmerken die gebruikelijk zijn voor die stijl.
De letters D, I, S en C vertegenwoordigen de vier persoonlijkheidsstijlen. Je hebt van alle stijlen wat maar 1 of 2 zijn er dominant. En daar val je dus in terug op het moment dat je in een stresssituatie zit.

De eerste as: Langzaam/indirect – Snel/direct
Deze as geeft de snelheid en de bedachtzaamheid van iemand aan. Ben je introvert dan ben je wat rustiger en bedachtzamer. Je denkt meer na over de dingen die je zegt. Ben je extrovert dan ben je sneller in antwoorden geven en nadrukkelijker aanwezig.

De tweede as: taakgericht of mensgericht
Deze as geeft aan hoe je reageert op de omgeving. Ben je meer taakgericht laat je je meer leiden met feiten en argumenten. Ben je meer mensgericht dan geef je meer toe aan je gevoel

Combineer je beide assen dan krijg je de 4 basis temperamenten van het DISC-model: Dominant, Interactief, Stabiel en Consciëntieus, ieder met zijn eigen kleur.

Dominant = rood
Stellen zich onafhankelijk op
Zijn besluitvaardig en doelgericht
Zijn gericht op resultaten en uitdagingen
Gaan confrontaties niet uit de weg

Invloed=geel
Praten graag
Zijn enthousiast en optimistisch
Kennen veel mensen en maken makkelijk contact
Staan graag in het middelpunt van de belangstelling

Stabiel = groen
Zorgen ervoor dat ieder het naar zijn zin heeft
Maken graag zaken af
Brengen harmonie en stabiliteit in het team
Werken graag in teamverband

Consciëntieus = blauw
Zijn grondig en nauwgezet met details
Houden zich graag aan de regels
Volgen de procedures of schrijven ze zelf
Zijn diplomatiek in de omgang en zijn analytisch denkers

Iedereen is uniek

Iedereen heeft deze vier stijlen tot op zekere hoogte ontwikkeld. De combinatie hiervan maakt het een persoonlijke gedragsstijl. Een mix die ervoor zorgt dat iemand niet zomaar in een kleur in te delen is. Het helpt om gedragsstijlen bespreekbaar te maken.

Gedragsstijlen, immers zeggen iets over de manier van communiceren en samenwerken. Het geeft de manier van doen weer. Onder de oppervlakte hebben wij ook te maken met drijfveren, waarden, vaardigheden en talenten.

Op het moment dat je dit met elkaar combineerd heb je een persoonlijkheidsprofiel wat je voor jezelf en je cliënten kan gebruiken.

Praktische informatie

Dit persoonlijkheisprofiel is onderdeel van een aantal trainingen

Wil je hier meer informatie over hebben, neem gerust contact met mij op.

Share This